Van een matrix worden de ronde of vierkante haken overgenomen. Een determinant wordt tussen verticale strepen gezet (het pipeline-teken).
De rijen worden gescheiden door een puntkomma met spatie.
De getallen binnen een rij worden gescheiden door een dubbele punt zonder spatie.
Een matrix van drie bij drie met ronde haken:
(a:b:c;♦d:e:f;♦g:h:i)
Een matrix van drie bij drie met vierkante haken:
[a:b:c;♦d:e:f;♦g:h:i]
Een determinant met verticale strepen:
det(A)♦=♦|a:b:c;♦d:e:f;♦g:h:i|
Een matrix met vier rijen en twee kolommen:
(1,1:2,2;♦3,3:4,4;♦5,5:6,6;♦7,7:8,8)
Een matrix met breuken:
(1♦1/2:1;♦2♦1/4:2)
Een matrix met niet-ingevulde getallenplaatsen:
(a_11:...:a_1n;♦ ...:...:...;♦a_m1:...:a_mn)
Een matrix met namen bij de rijen en kolommen:
matrix♦met♦tekst
rij♦1:♦kas1
rij♦2:♦kas2
kolom♦1:♦tulp
kolom♦2:♦roos
(40:50;♦100:200)
Een matrixvermenigvuldiging:
(a:b;♦c:d)♦*♦(n;♦k)