Integralen en Primitieven

Een integraal wordt aangegeven met Intg. De onder- en bovengrens worden na Intg tussen accolades vermeld.
Van een primitieve worden de onder- en bovengrens tussen accolades vermeld na de primitieve functie.

voorbeeld 1

De integraal van a naar b van f(x) en zijn primitieve:

Intg{a..b}f(x)dx♦=♦[F(x)]{a..b}

lineaire representatie

Intg{a..b}f(x)dx♦=♦[F(x)]{a..b}

voorbeeld 2

Intg{1/2♦pi..pi}sinxdx

lineaire representatie

Intg{1/2♦pi..pi}sinxdx

De spatie sluit de breuk 1/2 af.

voorbeeld 3

Intg{-inf..inf}f(x)dx

lineaire representatie

Intg{-inf..inf}f(x)dx

voorbeeld 4

Een integraal met subindexen in de onder- en bovengrens.

Intg{x_1..x_2}g(x)dx

lineaire representatie

Intg{x_1..x_2}g(x)dx

voorbeeld 5

Een integraal en zijn primitieve:

Intg{1..4}x^2♦dx♦=♦[1/3♦x^3]{1..4}

lineaire representatie

Intg{1..4}x^2♦dx♦=♦[1/3♦x^3]{1..4}

voorbeeld 6

Een integraal over een volume:

Intg{V}f(x,♦y,♦z)dV

lineaire representatie

Intg{V}f(x,♦y,♦z)dV