Haken (alleen of als paar) volgen zoveel mogelijk de zwartdruk.
Let op het verschil tussen <- (punthaak en minteken) en <-- (pijl naar links): zie voorbeeld 2.
Zie ook het gebruik van haken bij een matrix, een determinant en een parametervoorstelling.
Verschillende haakjesparen:
( ) ronde haken
[ ] vierkante haken
< > punthaken
{ } accolades
| | enkele verticale strepen
|| || dubbele verticale strepen
Twee voorbeelden van intervallen:
<♦<--;♦-3> en <-1;♦-->♦>
Let op: beide uitdrukkingen bevatten de deelexpressie <-
Er is verschil tussen <-- (een pijl naar links) en <-1 (de opening van het tweede interval).
Een uitdrukking met ronde haken:
(5♦+♦3)(4♦+♦6)♦=♦80
Een verzameling met accolades:
V♦=♦{5,♦6,♦7}
Absolute waarde van een getal:
|-3|♦=♦3
De norm van een vector:
||{-->v||