Uitdrukkingen met haken

Haken (alleen of als paar) volgen zoveel mogelijk de zwartdruk.
Let op het verschil tussen <- (punthaak en minteken) en <-- (pijl naar links): zie voorbeeld 2. Zie ook het gebruik van haken bij een matrix, een determinant en een parametervoorstelling.

voorbeeld 1

Verschillende haakjesparen:

ronde haken, vierkante haken, punthaken, accolades, enkele en dubbele verticale strepen

lineaire representatie

( )  ronde haken

[ ]  vierkante haken

< >  punthaken

{ }  accolades

| |  enkele verticale strepen

|| ||  dubbele verticale strepen

voorbeeld 2

Twee voorbeelden van intervallen:

twee intervallen die beide aan één kant oneindig ver doorlopen

lineaire representatie

<♦<--;♦-3> en <-1;♦-->♦>

Let op: beide uitdrukkingen bevatten de deelexpressie <-
Er is verschil tussen <-- (een pijl naar links) en <-1 (de opening van het tweede interval).

voorbeeld 3

Een uitdrukking met ronde haken:

(5 + 3)(4 + 6) = 80

lineaire representatie

(5♦+♦3)(4♦+♦6)♦=♦80

voorbeeld 4

Een verzameling met accolades:

V = {5, 6, 7}

lineaire representatie

V♦=♦{5,♦6,♦7}

voorbeeld 5

Absolute waarde van een getal:

absolute waarde van 3

lineaire representatie

|-3|♦=♦3

voorbeeld 6

De norm van een vector:

norm van vector v

lineaire representatie

||{-->v||