Breuken

Een breuk bestaat uit een teller, een breukstreep en een noemer.
De notatie voor breuken is voor de meeste breuken rechttoe, rechtaan; alleen een breuk met spaties om de breukstreep vraagt enige toelichting.

voorbeeld 1

Een eenvoudige breuk:

de breuk drie kwart

lineaire representatie

3/4

voorbeeld 2

Verschillende schrijfwijzen in zwartdruk voor een half:

drie manieren om in zwartdruk een half te noteren

lineaire representatie

1/2 en 1/2 en 1/2

Alledrie de notaties in zwartdruk worden weergegeven als 1/2.

voorbeeld 3

Breuken in een langere expressie:

2 1/2 + 21/2

lineaire representatie

2♦1/2♦+♦21/2♦=♦13

De spatie tussen 2 en 1/2 zorgt ervoor dat er tweeënhalf staat. Vergelijk dat met 21/2 (zonder spatie) na het plusteken.

voorbeeld 4

Een breuk met haakjes in teller en noemer:

breuk met 4 + 2 in de teller en 4 - 2 in de noemer

lineaire representatie

(4♦+♦2)/(4♦-♦2)♦=♦3

De teller en de noemer bevatten allebei een bewerking. Er zijn haakjes nodig om duidelijk te maken wat in de teller staat en wat in de noemer.